Spelregelwijzigingen 2019/2020

Spelregelwijzigingen 2019/2020

5 september 2019 16:15

Jurriaan Haring, voorzitter van de arbitragecommissie en scheidsrechterszaken jeugd

Ieder jaar zijn er spelregelwijzigingen om het spel aantrekkelijker of duidelijker te maken.
Hieronder vind je een overzicht van alle wijzigingen die hebben plaatsgevonden per 01-07-2019.

Pupillenvoetbal:

* De keeper mag de bal indribbelen, inschieten of inspelen. Hij hoeft niet meer te schieten of in te spelen

* Er mag direct vanuit een hoekschop gescoord worden. Voorheen mocht dit niet en moest de bal in beweging zijn om te scoren.

Junioren/Senioren:

 Spelregel 3 – De spelers

* Een speler die gewisseld wordt moet het veld verlaten bij de dichtstbijzijnde doel-of zijlijn, tenzij de scheidsrechter anders aangeeft.

 

Spelregel 4 – De uitrusting van de spelers

* Onder shirts mogen meerkleurig zijn of van een patroon zijn voorzien, mits ze exact gelijk zijn aan de mouw van het wedstrijdshirt.

 

Spelregel 5 – De scheidsrechter

* De scheidsrechter mag niet terugkomen op een beslissing m.b.t. een spelhervatting als het spel is hervat, maar mag nog wel een gele/rode kaart tonen voor een voorafgaand voorval. 

* Aan teamofficials die zich schuldig maken aan onbehoorlijk gedrag mag een gele of rode kaart getoond worden. Als de overtreder niet geïdentificeerd kan worden, dan ontvangt de coach die op dat moment in de instructiezone als hoofdcoach optreedt, de gele of rode kaart.


* Als een strafschop wordt toegekend, dan mag de strafschopnemer van het betreffende team behandeld worden en vervolgens op het veld blijven om de strafschop te nemen. 


Spelregel 8 – Het begin en de hervatting van het spel  
* Het team dat de toss wint mag ervoor kiezen de aftrap te nemen of een doel dat verdedigd moet worden.

* Scheidsrechtersbal: Het laten vallen van de bal gebeurt voor de doelverdediger (als het spel werd onderbroken in het strafschopgebied ongeacht wie de bal speelde) of voor één van de spelers van het team dat de bal het laatst speelde, op de plaats waar dit gebeurde. Alle andere spelers (van beide teams) moeten zich op minimaal 4 meter afstand bevinden.

* Wanneer de bal de scheidsrechter (of een andere wedstrijdofficial) raakt en in het doel gaat, van balbezit verandert of een aanvallende beweging begint, wordt een scheidsrechtersbal toegekend aan het team dat de bal als laatste speelde. 

Spelregel 10 – De uitslag van een wedstrijd bepalen
* Een doelverdediger kan niet scoren door de bal in het doel van de tegenpartij te gooien. Wanneer dit gebeurt moet een doelschop worden gegeven.

* De pilot met het ABBA systeem bij een strafschoppenserie is niet geslaagd. Strafschoppen worden weer gewoon om en om genomen volgens het ABAB-systeem 

Spelregel 12 – Overtredingen en onbehoorlijk gedrag
* Een speler zal bestraft worden wanneer de bal de hand/arm raakt als:
De speler hieruit een doelpunt scoort, de speler hieruit bezit/controle over de bal krijgt, en daarna scoort of een duidelijke scoringskans kan creëren.

* Een speler zal meestal bestraft worden wanneer de bal de hand/arm raakt als:
De hand/arm boven schouderhoogte is, omdat de speler “een risico” neemt door de hand of arm in een onnatuurlijke houding te hebben: Een speler zich onnatuurlijk breder maakt door de hand/arm van het lichaam te houden.

* Uitgezonderd de eerder genoemde overtredingen, zal een speler meestal niet bestraft worden wanneer de bal de hand/arm raakt als:
Deze van het eigen lichaam komt of van het lichaam van een andere speler die dichtbij stond, omdat het bijna onmogelijk is om dit contact te voorkomen: Als een speler ten val gekomen is of een sliding maakt, waarbij de bal de arm die als steun gebruikt wordt raakt tussen het lichaam en de grond.

*Wanneer een doelverdediger duidelijk de bal wegschiet of probeert weg te schieten uit een inworp of bewuste pass van een medespeler en de doelverdediger raakt de bal verkeerd of mist deze, dan mag de doelverdediger de bal met de hand/arm spelen (niet vangen). Wanneer de actie van de doelman als ongeoorloofd wordt beoordeeld, dan wordt het spel hervat met een indirecte vrije schop, maar volgt nooit een kaart voor de doelverdediger omdat de doelverdediger volgens de spelregels officieel de bal mag spelen met de hand/arm.

*De scheidsrechter mag het tonen van een gele of rode kaart uitstellen tot de volgende onderbreking als het niet overtredende team een vrije schop snel neemt waarbij een scoringskans ontstaat. Wanneer de eerdere overtreding het ontnemen van een scoringskans betrof, mag de scheidsrechter hier geen rood meer voor geven.

*Een gele kaart vanwege een overtreding bij het vieren van een doelpunt blijft staan, zelfs als het doelpunt wordt afgekeurd.

*Alle verbale overtredingen worden bestraft met een indirecte vrije schop.

*Het trappen van een voorwerp wordt op dezelfde wijze bestraft als het gooien van een voorwerp.

Spelregel 13 – De vrije schoppen
*Als een indirecte vrije schop is genomen, mag een scheidsrechter het tonen van het gebaar van de indirecte vrije schop (arm gestrekt in de lucht) stoppen, wanneer duidelijk is dat er niet direct een doelpunt gescoord kan worden.

*Bij vrije schoppen voor de verdedigende partij in het eigen strafschopgebied geldt dat de bal in het spel is als deze is getrapt en duidelijk beweegt; de bal hoeft het strafschopgebied niet te verlaten. Tegenstanders moeten wel buiten het strafschopgebied (of op ten minste 9.15m afstand blijven) tot de bal in het spel is voordat mag worden aangevallen.

*Bij een ‘muurtje’ van de verdedigende partij van minimaal 3 spelers, moeten alle aanvallers zich op ten minste 1 meter van het ‘muurtje’ bevinden, totdat de vrije schop is genomen. Indien aanvallers op het moment dat de vrije schop wordt genomen toch te dicht bij het muurtje staan, wordt dit bestraft met een indirecte vrije schop tegen op de plaats waar de overtreding werd begaan.

Spelregel 14 – De strafschop
*Doelpalen, doellat en netten mogen niet bewegen als een strafschop wordt genomen en de doelverdediger mag ze niet aanraken. Dit is om afleiding te voorkomen. De doelverdediger mag bijvoorbeeld niet aan de lat gaan hangen of met zijn schoenen tegen de paal aan schoppen. 

*De doelverdediger moet ten minste een deel van één voet op, of ter hoogte van, de doellijn hebben bij het nemen van een strafschop; hij mag niet achter de lijn staan.

*Als er een overtreding wordt gemaakt nadat de scheidsrechter het teken voor het nemen van een strafschop heeft gegeven en de strafschop wordt niet genomen, dan moet deze worden genomen nadat er een eventuele gele of rode kaart is gegeven.

Spelregel 15 – De inworp
*Tegenstanders moeten minimaal 2 meter afstand houden van het punt op de zijlijn waar een inworp wordt genomen, zelfs als de inwerper zich achter de lijn bevindt.

Spelregel 16 – De doelschop
*Bij doelschoppen geldt dat de bal in het spel is als deze is getrapt en duidelijk beweegt; de bal hoeft het strafschopgebied niet te verlaten. De tegenstanders moeten zich wel buiten het strafschopgebied bevinden op het moment van spelen. 

Voor meer informatie over de spelregelwijzigingen, Klik hier.

Bron: Arbitragecommissie S.V. Marvilde
Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!